De Ultraflow QSD 6537 meet:
● Stroomsnelheid
● Diepte (Ultrasoon)
● Temperatuur
● Diepte (druk)
● Elektrische geleidbaarheid (EC)
● Kanteling (de hoekoriëntatie van het instrument)
DeUltraflow QSD 6537Voert gegevensverwerking en -analyse uit telkens wanneer een meting wordt gedaan. Dit kan onder andere het berekenen van een voortschrijdend gemiddelde en het toepassen van uitschieter-/filterfuncties omvatten voor diepte (ultrasoon), snelheid, geleidbaarheid en diepte (druk).
Stroomsnelheidsmeting
Voor snelheidsmetingen maakt de Ultraflow QSD 6537 gebruik van continue Doppler-meting. Om de watersnelheid te detecteren, wordt een ultrasoon signaal in de waterstroom gestuurd. De echo's (reflecties) van de in de waterstroom zwevende deeltjes worden ontvangen en geanalyseerd om de Dopplerverschuiving (snelheid) te bepalen. De transmissie is continu en gelijktijdig met de ontvangst van het teruggekaatste signaal. Tijdens een meetcyclus zendt de Ultraflow QSD 6537 een continu signaal uit en meet signalen die terugkaatsen van verstrooiers overal langs de bundel. Deze worden omgezet in een gemiddelde snelheid die op geschikte locaties kan worden gerelateerd aan de stroomsnelheid in een kanaal. De ontvanger in het instrument detecteert de gereflecteerde signalen en deze worden geanalyseerd met behulp van digitale signaalverwerkingstechnieken.
Dieptemeting in het water - Ultrasoon
Voor dieptemetingen maakt de Ultraflow QSD 6537 gebruik van Time-of-Flight (ToF)-afstandsmeting. Hierbij wordt een ultrasoon signaal omhoog naar het wateroppervlak gestuurd en wordt de tijd gemeten die de echo van het oppervlak nodig heeft om door het instrument te worden ontvangen. De afstand (waterdiepte) is evenredig met de transittijd en de geluidssnelheid in water (gecorrigeerd voor temperatuur en dichtheid). De maximale ultrasone dieptemeting is beperkt tot 5 meter.
Waterdieptemeting - Druk
Locaties waar het water veel vuil of luchtbellen bevat, zijn mogelijk ongeschikt voor ultrasone dieptemetingen. Op deze locaties is het beter mogelijk om de waterdiepte te bepalen met behulp van drukmetingen.
Dieptemeting op basis van druk kan ook worden toegepast op locaties waar het instrument niet op de bodem van het stroomkanaal kan worden geplaatst of niet horizontaal kan worden gemonteerd. De Ultraflow QSD 6537 is uitgerust met een absolute druksensor van 2 bar. De sensor bevindt zich aan de onderkant van het instrument en maakt gebruik van een temperatuurgecompenseerd digitaal drukmeetelement.
Bij gebruik van dieptedruksensoren veroorzaken variaties in de atmosferische druk fouten in de aangegeven diepte. Dit wordt gecorrigeerd door de atmosferische druk af te trekken van de gemeten dieptedruk. Hiervoor is een barometrische druksensor nodig. De Calculator DOF6000 is voorzien van een drukcompensatiemodule die automatisch compenseert voor de variaties in de atmosferische druk, waardoor een nauwkeurige dieptemeting wordt gegarandeerd. Hierdoor kan de Ultraflow QSD 6537 de werkelijke waterdiepte (druk) weergeven in plaats van de barometrische druk plus waterkolom.
Temperatuur
Een halfgeleidertemperatuursensor wordt gebruikt om de watertemperatuur te meten. De geluidssnelheid in water en de geleidbaarheid ervan worden beïnvloed door de temperatuur. Het instrument gebruikt de gemeten temperatuur om deze variatie automatisch te compenseren.
Elektrische geleidbaarheid (EC)
De Ultraflow QSD 6537 is uitgerust met een meetinstrument voor de geleidbaarheid van water. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een lineaire vier-elektrodeconfiguratie. Een kleine stroom wordt door het water geleid en de spanning die hierdoor ontstaat, wordt gemeten. Het instrument gebruikt deze waarden om de ruwe, ongecorrigeerde geleidbaarheid te berekenen.
De geleidbaarheid is afhankelijk van de temperatuur van het water. Het instrument gebruikt de gemeten temperatuur om de geretourneerde geleidbaarheidswaarde te corrigeren. Zowel de onbewerkte als de temperatuurgecorrigeerde geleidbaarheidswaarden zijn beschikbaar.
Geplaatst op: 30 juni 2021