Een correcte installatie is essentieel voor de nauwkeurigheid en stabiliteit op lange termijn van een Coriolis-debietmeter. Hoewel Coriolis-meters bekend staan om hun hoge precisie en betrouwbaarheid, kan een onjuiste installatie de prestaties aanzienlijk beïnvloeden. Hieronder vindt u enkele van de meest voorkomende installatiefouten en hoe u deze kunt vermijden.
1. Installatie in een leiding met overmatige trillingen
Coriolis-meters werken door hun meetbuizen te laten trillen. Externe mechanische trillingen van pompen, compressoren of apparatuur in de buurt kunnen het signaal van de meter verstoren en onstabiele metingen veroorzaken. Installeer de meter altijd uit de buurt van sterke trillingsbronnen of gebruik geschikte buissteunen en trillingsdempers.
2. Slechte pijpsteun
Een onvoldoende ondersteunde leidingconstructie kan spanning in de meterbehuizing veroorzaken. Deze mechanische spanning kan het trillingspatroon van de buizen beïnvloeden en leiden tot meetfouten. Zorg ervoor dat de leidingen aan de inlaat- en uitlaatzijde goed ondersteund en uitgelijnd zijn om overbelasting van de meter te voorkomen.
3. Gasinsluiting in vloeistoftoepassingen
Bij vloeistofmetingen kunnen ingesloten lucht- of gasbellen schommelende meetwaarden of een verminderde nauwkeurigheid veroorzaken. Installeer de meter op een positie waar de leiding volledig gevuld blijft. Bij horizontale installaties dient montage aan de bovenkant van de leiding, waar gas zich kan ophopen, te worden vermeden.
4. Onjuiste oriëntatie
Hoewel Coriolis-meters vaak horizontaal of verticaal geïnstalleerd kunnen worden, kan een onjuiste oriëntatie leiden tot afvoerproblemen of sedimentophoping. Voor vloeistoffen wordt over het algemeen verticale installatie met opwaartse stroming aanbevolen om luchtbellen te voorkomen. Kies voor slurries een oriëntatie die voorkomt dat vaste stoffen bezinken.
5. Nulkalibratie negeren
Het niet correct kalibreren na installatie is een veelgemaakte fout. De nulkalibratie moet worden uitgevoerd wanneer de leiding volledig gevuld is en er geen vloeistof doorheen stroomt. Het overslaan van deze stap kan leiden tot afwijkingen, met name bij toepassingen met een lage doorstroming.
6. Te dicht bij pompen of kleppen installeren
Hoewel Coriolis-meters geen lange, rechte leidingen vereisen zoals sommige andere debietmeters, kan installatie te dicht bij regelkleppen of pompen drukschommelingen en cavitatie veroorzaken. Houd indien mogelijk een redelijke afstand tot grote verstoringen.
7. Problemen met elektrische aarding en bedrading
Onjuiste aarding of verkeerde bedrading kan signaalruis en communicatieproblemen veroorzaken. Volg altijd de bedradingsrichtlijnen van de fabrikant en zorg voor een goede aarding om storingen te voorkomen.
Door deze veelgemaakte fouten te vermijden en de aanbevelingen van de fabrikant op te volgen, kunnen gebruikers optimale prestaties, een lange levensduur en maximale meetnauwkeurigheid van hun Coriolis-debietmeters garanderen. Een correcte installatie is de basis voor betrouwbare debietmeting.
Geplaatst op: 28 februari 2026