1. De sonde kan standaard geleverd worden, of met een schroefmoer, of met een bestelde flens.
2. Voor toepassingen waarbij chemische compatibiliteit vereist is, is de sonde volledig omsloten door PTFE verkrijgbaar.
3. Het gebruik van metalen fittingen of flenzen wordt afgeraden.
4. Voor locaties die aan de elementen of in de zon liggen, wordt een beschermkap aanbevolen.
5. Zorg ervoor dat de sensor loodrecht op het te bewaken oppervlak is gemonteerd en idealiter minstens 0,25 meter erboven, omdat de sensor in de dode hoek geen respons kan ontvangen.
6. De sensor heeft een conische bundelhoek van 10° bij 3 dB en moet zo worden gemonteerd dat er vrij zicht is op de te meten vloeistof. Gladde verticale zijwanden van een overlooptank zullen echter geen valse signalen veroorzaken.
7. De sonde moet stroomopwaarts van de watergoot of stuw worden gemonteerd.
8. Draai de bouten op de flens niet te vast aan.
9. De peilput kan worden gebruikt wanneer er sprake is van instabiliteit in het water of wanneer de nauwkeurigheid van de niveaumeting moet worden verbeterd. De peilput is verbonden met de bodem van de stuw of watergoot, en de sonde meet het niveau in de put.
10. Bij installatie in een koude omgeving dient een verlengde sensor te worden gekozen, waarbij de sensor in de container moet uitsteken om vorst en ijsvorming te voorkomen.
11. Voor een Parshall-goot moet de sonde worden geïnstalleerd op een positie die 2/3 van de vernauwing verwijderd is van de keelopening.
12. Bij V-vormige stuwen en rechthoekige stuwen moet de meetsonde aan de stroomopwaartse zijde worden geïnstalleerd, op de maximale waterdiepte boven de stuw en op een afstand van 3 à 4 keer de stuwplaat.
Geplaatst op: 29 april 2022