Onder normale omstandigheden kan bij installatieleidingen met een diameter van DN15-200 mm de V-methode worden gebruikt. De V-methode kan worden toegepast wanneer er geen signaal wordt gedetecteerd of de signaalkwaliteit slecht is. De Z-methode verdient de voorkeur bij leidingdiameters boven DN200 mm of bij metingen aan gietijzeren leidingen. De N-methode en de W-methode worden minder vaak gebruikt en zijn geschikt voor de installatie van dunne leidingen met een diameter onder DN50 mm.
De V-methode is een standaard installatiemethode die gebruiksvriendelijk en nauwkeurig is. Bij de installatie worden de twee sensoren horizontaal uitgelijnd, waarbij de middellijn parallel loopt aan de as van de buis. Het meetbereik voor buisdiameters ligt tussen DN15mm en DN400mm.
N-methode installatie. De N-methode installatie kenmerkt zich door het vergroten van de ultrasone transmissieafstand om de meetnauwkeurigheid te verbeteren. Bij gebruik van de N-methode wordt de ultrasone straal tweemaal in de buis gereflecteerd en gaat deze driemaal door de vloeistof (het zogenaamde drievoudige pad), wat geschikt is voor het meten van buizen met een kleine diameter.
Net als bij de N-methode verbetert de W-methode de meetnauwkeurigheid van kleine buisdiameters door de ultrasone transmissieafstand te vergroten. De W-methode is geschikt voor het meten van kleine buizen met een diameter kleiner dan 50 mm. Bij gebruik van de W-methode wordt de ultrasone straal driemaal in de buis weerkaatst en viermaal door de vloeistof geleid.
Geplaatst op: 05-11-2024