Een ultrasone flowmeter stelt bepaalde eisen aan de gebruiksomstandigheden en de omgeving van de locatie, en moet alleen gebruikt worden wanneer aan deze voorwaarden is voldaan. Als de installatiepositie van de ultrasone flowmeter niet voldoet aan de lengte-eisen van het rechte buisgedeelte aan de voor- en achterzijde, zullen er meetfouten optreden als gevolg van de instabiliteit van het veld. Veel gebruikers ondervinden ook beperkingen bij het gebruik van het instrument, omdat de installatiepositie niet aan de eisen voldoet, wat tot grotere meetfouten leidt.
Daarnaast is de ultrasone flowmeter met klembevestiging, die werkt volgens de transittijdmethode, bijzonder gevoelig voor luchtbellen in het meetmedium. Deze luchtbellen kunnen de meetwaarde van de flowmeter onstabiel maken. Als er gasophoping ontstaat op de bevestigingsplaats van de sensor, zal de flowmeter niet werken. Daarom moet de ultrasone flowmeter met klembevestiging zo ver mogelijk verwijderd worden van de pompuitlaat, sterke magnetische velden, elektrische velden en hoge punten in de leiding.
Het installatiepunt van de ultrasone flowmeterprobe moet zoveel mogelijk de boven- en onderkant van de pijpleiding vermijden en binnen een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale diameter worden geplaatst. Tijdens de installatie moeten leidingdefecten zoals lasnaden worden vermeden. Ultrasone flowmeters zijn bovendien niet geschikt voor installatie langs de weg in gebieden met veel verkeer. Het gebruik van mobiele telefoons of portofoons in de buurt van de meter moet worden vermeden.
Geplaatst op: 24 juli 2024