1. De rekenmachine moet worden geïnstalleerd op een plaats met weinig of geen trillingen, zonder corrosieve voorwerpen en met een omgevingstemperatuur tussen -20℃ en 60℃.Tegelijkertijd moet blootstelling aan de zon en doorweekte regen worden vermeden.
2. De kabeldoorvoeropening is bedoeld voor de bedrading van de sensor, de voedingskabel en de uitgangskabel. Indien deze niet is voorzien van een stekker, dient u deze opening af te dichten.
3. De juiste installatiepositie moet worden gekozen: de dwarsdoorsnede van het kanaal moet stabiel zijn, de stroomsnelheid moet groter zijn dan 20 mm/s, er mogen geen luchtbellen of deeltjes in de vloeistof aanwezig zijn, de bodem van de leiding of het kanaal moet stabiel zijn, de vloeistofniveausensor mag niet bedekt worden door sediment en de vloeistofniveausensor moet zoveel mogelijk parallel aan het horizontale vlak geplaatst worden. Let op: model 6537 is niet geschikt voor balgen.
4. Bij de installatielocatie moet ook rekening worden gehouden met de geschiktheid voor de installatie en de werking van de meter (veilige werkomgeving/sensorcontrole/veilige installatie om schade te voorkomen).
5. Installatie in de leiding: de ideale installatieomgeving is meer dan vijf keer de lengte van de rechte leiding stroomafwaarts van de sensor, zodat het instrument ver verwijderd is van leidingverbindingen en bochten. Bij installatie in een duiker moet de 6537 worden geïnstalleerd nabij het stroomafwaartse uiteinde van de duiker, waar de stroming recht en schoon is. (Let op de installatiepositie: de sensor moet worden beschermd tegen sediment en afzettingen en mag niet worden weggespoeld door de vloeistof.)
Geplaatst op: 7 april 2022